|
Groenten
Kolen
Het Latijnse Brassica komt van bresic, het Keltische woord voor
een hartvormende kool die al eeuwenlang in cultuur was in het
oostelijke Middellandse-Zeegebied en Klein-Azië. De Romeinen geloofden
dat deze kool was ontstaan uit het zweet van Jupiter terwijl hij
worstelde met twee tegenstrijdige orakelspreuken, waarbij zowel
de wilde als de geteelde kool hoog in aanzien stond als middel
tegen kwalen, maar ook werd aanbevolen ter voorkoming van ongepaste
dronkenschap.
In de loop der eeuwen zijn er talloze rassen gekomen. In Zuid-Europa
ontstonden hittebestendige typen, terwijl de Kelten en de Scandinaviërs
allerlei rassen met een harde krop ontwikkelden. In 814 n.Chr.
verscheen de witte kool, en in 1150 maakt een Duits geschrift
gewag van rodekool; in de 16e eeuw meenden men dat deze werd verkregen
door gewone kool te overgieten met rode wijn of ze op een warme
plaats te telen.
Voedingswaarde:
rijk aan bètacaroteen en vitamine C - vooral de groene vormen
en de buitenste bladeren bevatten vitamine E.
Culinair:
Kook kool in weinig water en zo kort mogelijk om zo veel mogelijk
voedingsstoffen te behouden. Voeg de kool toe aan kokend water,
dat niet van de kook mag raken wanneer U de jonge bladeren uit
het hart op de oudere bladeren eronder legt. Deksel op de pan
doen, zo'n 3 minuten koken en afgieten. Of 6-8 minuten stomen.
Roerbakken gaat ook snel; U kunt kool bovendien bakken, braiseren
of vullen. Eet fijngesneden witte of rodekool rauw in salades.
|